Bordspellen voor de feestdagen: welk spel past bij welk gezelschap?
Spellen voor Sinterklaas en Kerst, ingedeeld naar situatie: met kleuters, met kinderen van 6 tot 10, met de hele familie en de klassiekers.
In het kort
Met kleuters werken korte spellen zoals Hoot Owl Hoot en Ganzenbord. Kinderen van 6 tot 10 spelen goed mee met Qwirkle, Regenwormen, Rummikub, Carcassonne of Ticket to Ride. Met de hele familie kies je iets in teams of zonder vaste antwoorden, zoals Party & Co of Dixit.
Een spel op tafel na het eten, terwijl buiten de kerstverlichting brandt: daar hoeven de feestdagen niet ingewikkelder voor te worden. Het lastige is alleen dat het gezelschap rond de feestdagen zo gemengd is. Een kleuter die na tien minuten wil stoppen, een tiener die alles al saai vindt, een opa die geen zin heeft in lange spelregels.
Daarom staan de spellen hieronder niet op leeftijd, maar op situatie. Kijk wie er aan tafel zit en kies daarop. De leeftijden zijn een richtlijn; het ene kind van zes speelt al fanatiek Qwirkle, het andere houdt het liever bij Ganzenbord.
Met kleuters aan tafel
Kleuters willen meedoen, maar verliezen is nog moeilijk en lang stilzitten ook. Kies spellen die kort duren, waarin weinig te onthouden valt en waarin pech niet persoonlijk voelt.
Hoot Owl Hoot
Een coöperatief spel: je speelt niet tegen elkaar, maar samen tegen het bord. De uiltjes moeten terug naar hun nest voordat de zon opkomt. Je trekt kaarten met kleuren en verplaatst een uil naar het volgende vakje van die kleur. Trek je een zonkaart, dan komt de ochtend een stapje dichterbij.
Iedereen wint of verliest samen, dus er zijn geen tranen omdat de grote broer weer won. Je mag hardop overleggen welke uil je het beste kunt verplaatsen, en daar leert een kleuter vanzelf vooruitdenken van.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 4 jaar, een potje duurt zo’n kwartier. Goed te doen als rondje voor het slapengaan.
Halli Galli
Op tafel liggen open kaarten met fruit. Zodra er van één soort fruit precies vijf stuks zichtbaar zijn, sla je zo snel mogelijk op de bel in het midden.
Het gaat snel, het is luidruchtig en kinderen kunnen volwassenen er echt in verslaan. Tellen tot vijf is genoeg, maar je moet wel goed opletten. Bij wat oudere kleuters is dit vaak een favoriet.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 6 jaar, jongere kinderen die goed kunnen tellen doen vaak al mee. Een potje duurt een kwartier tot twintig minuten.
Gezin met kinderen van 6 tot 10
Rond deze leeftijd kunnen kinderen echt meedoen met “grote” spellen. Ze kunnen lezen of rekenen, houden het langer vol en vinden een beetje strategie juist leuk. Hier zitten de spellen die ook volwassenen graag spelen.
Regenwormen
Je gooit met acht dobbelstenen en legt telkens alle stenen met dezelfde waarde apart. Wie genoeg punten heeft, pakt een tegel met regenwormen. Durf je door te gooien voor een hogere tegel, of neem je het zekere voor het onzekere?
Een spannend gokspel waar veel bij gelachen wordt, en ondertussen oefen je optellen. De regels leg je in een paar minuten uit. Het doosje is klein, dus het gaat makkelijk mee naar opa en oma.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 8 jaar, al spelen jongere kinderen die goed kunnen optellen vaak prima mee. Reken op twintig minuten tot een half uur.
Qwirkle
Je legt houten blokjes met vormen en kleuren aan in rijen. In een rij moeten alle blokjes óf dezelfde kleur hebben óf dezelfde vorm, en dubbele blokjes mogen niet. Hoe meer je aanlegt, hoe meer punten je scoort.
Het oogt eenvoudig. Jonge spelers doen daardoor makkelijk mee, net als opa’s en oma’s die niet van spellen houden, terwijl er voor volwassenen genoeg na te denken valt.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 6 jaar, een potje duurt rond de drie kwartier.
Rummikub
De klassieker met de genummerde steentjes: je legt series en rijtjes, en mag de stenen op tafel ombouwen om je eigen stenen kwijt te raken. Veel grootouders kennen het al jaren, dus hier kunnen kleinkinderen en grootouders elkaar echt uitdagen.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer basisschoolleeftijd, zodra kinderen vlot getallen en kleuren herkennen. Een potje duurt meestal een half uur tot een uur, afhankelijk van hoe lang iedereen nadenkt.
Carcassonne
Om de beurt trek je een landschapstegel en leg je die aan: wegen, steden, kloosters en weilanden groeien uit tot een middeleeuws landschap. Met je poppetjes claim je stukken om punten te scoren.
Het bord is elke keer anders en leuk om naar te kijken. Er zit tactiek in, maar je kunt het ook gewoon spelen om samen een kaart te bouwen. Willen er kleuters meedoen, dan is er een eenvoudigere versie voor jongere kinderen.
Leeftijd en duur: het gewone spel vanaf ongeveer 7 jaar, reken op drie kwartier.
Ticket to Ride
Je verzamelt kaarten in de kleuren van treinwagons en gebruikt die om spoorlijnen tussen steden te claimen. Met geheime opdrachtkaarten probeer je bepaalde steden met elkaar te verbinden.
Treintjes, een kaart, steden verbinden: dat snapt een kind meteen. Spannend wordt het als iemand net de route inpikt die jij nodig had. Kinderen steken er ongemerkt ook wat aardrijkskunde van op. Ook van dit spel bestaat een kortere, eenvoudigere versie voor jongere kinderen.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 8 jaar. Het is een wat langer spel: reken op een uur, de eerste keer wat langer.
Grote groep of de hele familie met opa en oma
Bij een groot gezelschap werkt een spel het best als iedereen tegelijk betrokken is, er in teams gespeeld kan worden en een beurt niet te lang duurt. Fijn is ook als het niet uitmaakt of je de regels al kent.
Dixit
Iedereen heeft dromerige plaatkaarten in de hand. De verteller kiest een kaart en geeft er een hint bij: een woord, een zin, een liedje. De anderen leggen er een eigen kaart bij die ook bij die hint past, en daarna raadt iedereen welke kaart van de verteller was.
Er is geen goed of fout antwoord. Kinderen geven vaak verrassende hints, en grootouders blijken soms erg creatief. De spanning zit in de hint: niet te makkelijk, niet te moeilijk.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 8 jaar, met hulp van een ouder kunnen jongere kinderen ook meedoen. Een potje duurt ongeveer een half uur.
Party & Co
In teams voer je opdrachten uit, zoals tekenen, uitbeelden en omschrijven. Het is in Nederland al jarenlang een bekend gezelschapsspel.
Iedereen heeft wel een sterk punt. De een tekent goed, de ander beeldt fanatiek uit, opa is onverwacht goed in omschrijven. Speel je in gemengde teams (een kind, een ouder en een grootouder samen), dan heeft geen enkel team het makkelijk. Er bestaan ook versies voor gezinnen en jongere kinderen, met opdrachten die beter aansluiten bij wat kinderen weten.
Leeftijd en duur: voor het gewone spel vanaf ongeveer basisschoolleeftijd, als kinderen in gemengde teams meedoen. Je kunt zo lang spelen als je wilt.
Partyspellen zonder doos
Niet alles hoeft uit een doos te komen. Met papier en pen kun je bijvoorbeeld deze spelen:
- Wie ben ik? Plak een briefje met een naam op ieders voorhoofd en stel om de beurt ja-nee-vragen.
- Hints met eigen briefjes. Laat iedereen een paar woorden opschrijven (dieren, Sinterklaasdingen, familienamen) en beeld ze in teams uit.
- Tekenen en raden, op een groot vel papier of een whiteboard.
Je hoeft geen regels uit te leggen of iets voor te bereiden, en iedereen van ongeveer zes tot tachtig kan meedoen.
De klassiekers
Ze staan in bijna elke kast, en dat is niet voor niets.
Ganzenbord
Dobbelen, ganzen volgen en hopen dat je niet in de put of de gevangenis belandt. Vakje 58 is gevreesd, en je moet precies op 63 eindigen.
Het is puur geluk, dus een kleuter heeft net zoveel kans als opa. Een goede eerste kennismaking met beurten, dobbelstenen en tellen.
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer 4 jaar, zodra kinderen ogen op een dobbelsteen kunnen tellen. Een potje duurt een twintigtal minuten.
Mens erger je niet
Een zes gooien om je pion op het bord te krijgen, de ander terugslaan naar de start en zo snel mogelijk al je pionnen thuis. Dat terugslaan zorgt voor kreten en gelach. Je hebt iets meer keuzes dan bij Ganzenbord, dus kinderen kunnen al een beetje tactisch nadenken: welke pion zet ik?
Leeftijd en duur: vanaf ongeveer basisschoolleeftijd, als kinderen ogen kunnen tellen en een beetje tegen hun verlies kunnen. Een potje duurt een half uur of langer.
Tips voor een gezellige spelletjesmiddag of -avond
Spelregels kort uitleggen
Een kwartier spelregels voorlezen en de sfeer is weg. Lees de regels daarom van tevoren door, of kijk thuis alvast een uitlegfilmpje. Leg aan tafel eerst het doel uit en pas daarna de details. “We willen als eerste al onze stenen kwijt” zegt meer dan een opsomming van regels.
Een oefenronde met open kaarten helpt ook, dan ziet iedereen hoe het werkt. En kent een kind het spel al, laat het dan uitleggen. Kinderen zijn daar vaak trots op, en ze leggen het duidelijker uit dan je denkt.
Kinderen laten winnen, of niet?
Daar denken ouders verschillend over, en er is niet één goed antwoord. Een paar overwegingen:
- Jonge kinderen moeten nog leren omgaan met verliezen. Coöperatieve spellen zoals Hoot Owl Hoot zijn een goede tussenstap: je oefent samenspelen zonder dat iemand verliest.
- Bij geluksspellen zoals Ganzenbord valt er weinig te sturen, en dat is juist prettig: een kind wint echt eerlijk.
- Bij spellen met tactiek kun je beter een handicap inbouwen dan stiekem slecht spelen. Volwassenen beginnen met minder punten, of kinderen mogen een keer opnieuw gooien.
- Oudere kinderen merken het meestal als je ze laat winnen, en vinden een echte overwinning veel leuker.
Benoem ook hoe je goed verliest, en doe het zelf voor. “Jammer, maar wat een slimme zet van jou” leert meer dan een preek.
Een spelavond in de kerstvakantie
In de kerstvakantie is er meer tijd en wordt het buiten vroeg donker, dus dat is een goed moment voor een vaste spelavond. Laat iedereen om de beurt een spel kiezen. Leg een paar spellen klaar in plaats van de hele kast, dan ben je sneller uitgekozen. Met jonge kinderen spreek je een eindtijd af, en het spel dat het langst duurt bewaar je voor als de kleintjes in bed liggen.
Zet je een spel op het verlanglijstje? In ons artikel over sinterklaascadeaus per leeftijd vind je meer ideeën die bij de leeftijd van je kind passen.